Een schoolklas
NOS Nieuws

Onderwijsinspectie gealarmeerd na steekproef: veel scholen nog altijd niet goed

  • Sophie Moerland

    redacteur Binnenland

  • Sophie Moerland

    redacteur Binnenland

De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt een toenemend aantal scholen met een onvoldoende. Hierdoor krijgt een te grote groep leerlingen volgens de inspectie niet het beste onderwijs en beheersen steeds meer leerlingen en studenten de basisvaardigheden onvoldoende.

In de Staat van het Onderwijs roept de inspectie scholen en opleidingen op meer te kijken naar scholen waar het wel goed gaat. De inspectie constateerde afgelopen jaren dat het onderwijs in zwaar weer verkeert en er grote problemen zijn met de basisvaardigheden taal, rekenen en burgerschap.

Dit jaar werd voor het eerst een steekproef op 225 basis- en middelbare scholen uitgevoerd. Er werd gerichter en diepgaander gekeken naar de onderwijskwaliteit. Ruim 20 procent werd als onvoldoende of zeer zwak beoordeeld. Een ruime meerderheid van de scholen kreeg een herstelopdracht. Die wordt gegeven als niet aan de wet wordt voldaan.

De steekproef was volgens de inspectie nodig om representatieve uitspraken over de kwaliteit van het onderwijs te doen. Hiermee is het een aanvulling op het huidige toezicht op besturen en risicoscholen. In deze steekproef werden ook scholen bezocht waar de risico's op slecht onderwijs beperkt zijn.

Omdat de steekproef nog klein is, noemt de inspectie de percentages indicatief. Volgend jaar wordt de steekproef uitgebreid met het mbo.

De scholen werden beoordeeld op verschillende standaarden waaronder onderwijsresultaten, veiligheid en zicht op ontwikkeling en begeleiding.

De inspecteurs keken ook naar de basisvaardigheden, al waren die niet doorslaggevend voor het oordeel. Verreweg de meeste herstelopdrachten werden hiervoor gegeven. De inspectie verwacht dat het aandeel onvoldoende en zwak beoordeelde scholen stijgt als de basisvaardigheden wel bepalend zijn voor het eindoordeel.

Oproep onderwijs en politiek

Hoewel de inspectie de resultaten zorgwekkend noemt, benadrukt ze dat het op veel scholen wel lukt. Deze goede voorbeelden zouden op landelijke schaal moeten worden overgenomen. Daarvoor is regie nodig vanuit de schoolleiding, besturen en politiek.

Waarnemend inspecteur-generaal van het Onderwijs Ria Westendorp komt ook met een oproep aan de formerende partijen. Volgens haar gaat het aan de formatietafel te weinig over onderwijs. "Onderwijs moet hoog op de agenda komen te staan. Bij het oplossen van problemen van bestaanszekerheid en armoede is onderwijs cruciaal."

Goede scholen als voorbeeld

Een basisschool die inmiddels als goed voorbeeld fungeert is Onze Amsterdamse School (OAS). De school heeft leerlingen met een groter risico op achterstanden en dacht alles te doen wat nodig was om goed leesonderwijs te geven. Dat zagen ze alleen niet terug in de schoolresultaten.

"Dat was voor ons aanleiding om in schooljaar 2021/2022 te bedenken wat anders en beter kan", vertelt Elize Jong, directeur van OAS. Om het taalonderwijs te verbeteren kwam de school bij de Stichting Lezen uit. Hier vonden ze publicaties van onderzoeken die hielpen bij het opnieuw inrichten van het leesonderwijs.

De school deed verschillende aanpassingen, waaronder het vanaf groep 1 aanbieden van gericht leesonderwijs. Dat gebeurde daarvoor vanaf groep 3. Naast het voorlezen, wat ze al deden, staat elke week een letter centraal en worden woorden besproken.

In de hogere groepen moesten kinderen meer, maar vooral ook met plezier gaan lezen. Een vernieuwde boekencollectie heeft hierbij geholpen. Daarnaast wordt samen gelezen en worden de boeken klassikaal besproken.

Meekijken in de klas

De ingrepen zijn volgens de directeur niet wereldschokkend, maar zorgen ervoor dat de resultaten van de leerlingen in groep 8 de afgelopen jaren zijn gestegen. Dat viel andere scholen ook op. Jong kreeg steeds vaker telefoontjes en mailtjes van collega's die benieuwd waren wat zij anders deed.

Inmiddels organiseert de school dagen waarop directeuren en docenten een dag meekijken. Zij krijgen eerst een presentatie over de aanpak, vervolgens kan in verschillende groepen mee worden gekeken bij taallessen en wordt gezamenlijk geëvalueerd.

Conny van Egmond is een van die directeuren die langs zijn geweest op OAS. Ze is directeur op de Amsterdamse basisschool Atlantis, die onder hetzelfde bestuur valt. "Wij staan aan het begin, OAS laat ons zien waar wij op het gebied van leesonderwijs moeten komen. Dat geeft houvast, dat je ziet hoe jij uiteindelijk les wilt gaan geven."

Inspireren niet genoeg

Elize Jong werkt samen met Stichting Lezen en wetenschappers van Taallab aan de ontwikkeling van een leertraject voor effectief leesonderwijs. Dit initiatief moet het voor scholen eenvoudiger maken om een vergelijkbaar pad te bewandelen.

Tijana Prokic Breuer van Taallab zegt dat scholen inderdaad van elkaar kunnen leren, maar ze waarschuwt ook dat dit niet vanzelf gaat. "Alleen geïnspireerd raken betekent niet dat er echt van elkaar geleerd wordt. We zouden ook willen dat de kennis die gedeeld wordt, geïnformeerd is door wetenschappelijke inzichten. Dat vraagt om een doordachte aanpak."

Demissionair onderwijsminister Paul noemt het ironisch dat juist in het onderwijs scholen nog te weinig van elkaar leren. Toch ziet ze het wel gebeuren. "In plaats van het wiel opnieuw uit te vinden of maar weer iets te proberen is het belangrijk dat we bewezen, effectieve methoden omarmen en daarmee aan de slag gaan."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl